2010 Elk nadeel heeft zijn voordeel.
Eindelijk had hij vakantie. De laatste weken op zijn werk waren slopend, de druk om nog op tijd op te leveren hadden het uiterste van hem gevergd. Nu liet hij de drukte achter zich en ging met zijn vrouw en twee kinderen naar het rustgevende Noorwegen. Hij had al diverse dagtripjes gepland door veel te internetten. Uiteraard moesten de Glomma en de Trysilelva bevist worden, maar er moest vooral op zalm gevist worden. Het zat hem nog altijd niet lekker dat hij op de Teviot in Schotland een week lang had staan blanken. Oké, hij had er wel één gehaakt en uitgedrild maar die was door verkeerd netten toch nog losgeschoten.
De Orkla, net onder Trondheim, zou hem zijn eerste zalm op moeten leveren. Verder stonden er nog een aantal familiedagjes gepland en zou hij het verder allemaal wel op zich af laten komen. Hij genoot van de overtocht. Toch wel een ideale manier van reizen. Terwijl je heerlijk zit te eten en ligt te slapen bereik je 's ochtends Göteborg in Zweden. Nog dezelfde dag kwam hij aan bij de Glomma. Bij de eerste aanblik van deze schitterende rivier begon het van binnen al flink te kriebelen. Voor de volgende dag had hij de ochtend vrij gehouden om te vissen dus moest er nog snel een vergunning geregeld worden bij het turistkantor van Elverum. Hij had de wekker op "zeer vroeg" gezet om zo lang mogelijk te kunnen vissen, maar toen die afging regende het pijpenstelen.
Hij liet zich er niet door weerhouden en ging vol verwachting naar de stek die hij de middag ervoor had uitgekozen. Op het moment dat hij het water instapte, merkte hij dat de rivier al aardig was gestegen. Zeker al de hele nacht geregend dacht hij terwijl hij de lijn door de ogen trok. Het vliegvissen op deze prachtige Glomma was een geweldige belevenis die hij voor geen goud had willen missen, maar toen hij op de afgesproken tijd uit het water stapte, was hij tot op zijn ziel doorweekt en had slecht één kleine bruine forel gevangen. Ook dat is vliegvissen dacht hij, maar wist ook dat de volgende hytte was gereserveerd op de Klara-camping in Trysil. Nadat hij eerst met zijn gezin vanaf de camping een lange kanotocht had gemaakt op de Trysilelva, kwam 's avonds de elandsafari aan de beurt.
Erg leuk hoor die grote beesten in de schemering, maar de volgende dag zou zijn visdag worden en hij had al een paar mooie stekken gezien tijdens het kanoën. Dit keer zag het er allemaal beter uit. Het zonnetje scheen vandaag en van wind was nauwelijks sprake. Het boekje van de veel te vroeg overleden vliegvisser Christian Lokken Johansen die deze rivier kende als zijn broekzak, had hij 's avonds in bed nog doorgelezen. Met deze tips en aanwijzingen moest het wel lukken. Maar toen hij rond de klok van zes uur met zijn gezin ging dineren moest hij toch zijn vrouw en kinderen bekennen dat hij nog geen visje had kunnen vangen. Gelukkig is het erg lang licht zei hij en vanavond komt het allemaal wel goed. "Mogen we mee", vroeg zijn dochter. En voor hij het wist stond hij in de rivier met links van hem zijn zoon van tien die met een spinhengel voorzien van dikke plug het water ranselde en rechts van hem zijn dochter van zeven die met een vaste hengel viste waar om de tien minuten een gregoriaanse knoop uitgehaald moest worden.
Hij liet het allemaal maar over zich heen komen, er was immers toch geen vis te bekennen. Plotseling waren er toch opeens kleine kringen in de oppervlakte waarneembaar. Hij verwijderde zijn nimf en bond direct de droge vlieg aan die hij daags ervoor in de vliegvishoek van de sportshop op aanraden had aangeschaft. De stijgers namen toe maar de aanbeten bleven uit. Op dat moment stelde zijn vrouw voor om ermee te stoppen want het werd nu wel erg laat voor de kinderen. Ik wil nog even een andere vlieg uitproberen zei hij, en dan gaan we. Uit zijn vliegendoos haalde hij een fraai gebonden klinkhamer op haakje 14 en bond deze aan de tip. Hij liet zijn vliegje dwarrelend neerkomen tussen de steeds meer opkomende rises. Direct werd zijn vlieg genomen en zijn eerste Noorse vlagzalm was een feit. Er volgden binnen een kwartier nog twee stuks maar toen was kinderbedtijd. Het liefst was hij nog een poos gebleven maar hij had vis gevangen en zijn dagje zalmvissen moest nog komen.
De dag erna verlieten ze Trysil om weer verder te trekken naar het noorden. Net onder Trondheim, in de buurt van de beroemde zalmrivier de Orkla had hij een fraaie berghut gehuurd. Hier zouden drie dagen doorgebracht worden waarvan één volledig aan het zalmvissen zou worden besteed. Via internet had hij een afspraak geregeld met een locale gids. Hij wilde niet zelf op pad gaan omdat één dag daar uiteraard te kort voor is. Samen met de gids zou hij de beste pools afvissen en hoopte dan toch die lang gewenste zalm te vangen. Op de afgesproken plaats en tijd trof hij niet de gids maar zijn vrouw. Ze vertelde dat haar man twee dagen eerder met spoed was opgenomen in het ziekenhuis en dus vandaag niet kon gidsen. Hij baalde enorm maar zei tegen de vriendelijke vrouw dat het vervelender was voor haar man dan voor hemzelf. De vraag of zij nog een andere gids kende had zij ontkennend beantwoord.
Al zijn voorbereidingen en voorpret smaakten nu wat bitter. Ondanks deze tegenslag ging hij goed gemotiveerd aan deze dag beginnen. In de ochtend werd de rivier verkent. Vele uren gingen verloren met het zoeken naar een geschikte pool. Toen hij voor de zoveelste keer door het bos naar de rivier toe liep zag hij een prima plek en besloot om hier de rest van de dag zijn enigste kans te benutten. Hij tuigde zijn 14 ft Hardy angel op, die hij speciaal voor deze dag had aangeschaft. Als eerste begon hij met een variant van de Green-highlander en genoot van de werpkwaliteiten van zijn nieuwe aanwinst. Na ieder worp deed hij twee passen stroomafwaarts en zo had hij na dik anderhalf uur de pool helemaal uitgemillimeterd. Zalm had hij nog niet gezien maar na wat boterhammen, fruit en een blikje fris viste hij de pool nogmaals af maar nu met een Alley's shrimp.
Ook dit bracht niet het gewenste resultaat. De geeloranje tubefly die hem in Schotland wel een zalm deed haken, liet het ook afweten. Even zakte de moed hem in de (waad)schoenen, maar gelukkig zijn de Noorse avonden erg lang. Het was ondertussen bijna tien uur en pas na middernacht zou het gaan schemeren. Na een sigaretje en een blikje bier uit de koude rivier ging hij weer fluitend aan zijn laatste sessie beginnen. Hij besloot om voor deze laatste uren een donkere zalmvlieg aan te binden en koos voor een black doctor. Hoe dichter hij bij het einde van de pool kwam, des te meer hij geconcentreerd viste. Hij wist dat dit zijn laatste kansen waren. Bij het einde van de pool aangekomen drong het tot hem door: Ook dit keer geen Atlantische zalm. De rest van deze vakantie zou worden doorgebracht in de buurt van diepe fjorden en Oslo. Hij zal dus weer jaren moeten wachten op de volgende kans.
Terug in zijn berghut nam hij eerst een lekker koud biertje en schonk voor zijn vrouw een rode wijn in. Ondanks zijn altijd opgewekte humeur zag zijn vrouw dat hij niet echt blij was. "Misschien vang je van de week nog wel wat" zei ze, maar hij wist dat er geen betere gelegenheid zou komen. Later in bed kon hij de slaap maar niet vatten. Vele vragen zaten nog onbeantwoord in zijn hoofd. Had hij andere vliegen moeten aanbinden? Was zijn tippet te dik? Of had hij toch die duurdere fluorocarbon tippet materiaal moeten aanschaffen? En meer van dit soort vragen teisterden zijn nachtrust. De volgende morgen was hij er helemaal klaar mee en accepteerde het feit dat er geen zalm in zijn vangstenboekje kon worden bijgeschreven. Als troost had hij zichzelf beloofd om volgend jaar naar IJsland te gaan met zijn vaste vismaat. Sinds hij de dvd's van Henrik Mortensen had gezien staat deze bestemming bovenaan z'n verlanglijstje. Nu restte hem nog acht dagen in Noorwegen waar hij met volle teugen van genoot. Alleen al de prachtige route over de N55 richting het Sognedal die over de sneeuw en ijsvlaktes van de Jotunheimen ging en de wandeling over de Briksdalsbreen gletcher met zijn schitterende blauwe ijskleuren.
Het bezoek aan het zeeaquarium in Balestrand waar zijn kinderen urenlang op de steiger met kruisnetten de bodem van de fjord afvisten en de fraaiste lipvisjes vingen. Ook de dag dat ze een sloep hadden gehuurd en in de Sognefjord rondom hun boot de bruinvissen volledig uit het water zagen komen, die zeldzame momenten staan nu nog op zijn netvlies gebrand. Zo vlogen de overige dagen om. Toen hij even in het turist kantor moest zijn viel zijn oog op één van de vele foldertjes die in een rek stonden. Norsk villaks senter stond erop. Hij haalde het foldertje uit het rek en zag dat om een heus Atlantische wilde zalm museum ging. Nadat hij de kaart van Noorwegen erbij pakte zag hij dat dit museum ligt in het Laerdal en daar zou hij langs komen als hij de volgende en tevens laatste dag weer terug reed naar Oslo.
Hij sprak af met zijn vrouw en kinderen om een uurtje eerder op te staan zodat hij even het museum kon checken. Zijn verwachtingen waren niet al te hoog gespannen daar hij nog nooit had gehoord van dit museum. De laatste dag was aan gebroken en na met twee ferries de Sognefjord te hebben overgestoken, lagen er vandaag ook nog 60 kilometer aan tunnels voor de boeg waarvan de Laerdal tunnel met zijn lengte van 24 km en fraaie lichtpartijen de meeste indruk maakte. Al gauw hadden ze het Norsk villaks senter bereikt en werden de toegangsbewijzen gekocht. Toen hij de hal betrad had hij al direct door dat het hier niet ging om een paar oude hengels te bekijken. Het betrof een zeer professioneel opgezette organisatie met een dito museum. Als eerste stond er een documentaire / film op het programma welke in een bioscoopzaal werd vertoond.
Op fenomenale wijze was de gehele levenscyclus van de wilde zalm gefilmd. Deze film was in eigen beheer gemaakt en voor het gehele gezin bijzonder boeiend. Hierna werden de andere zalen bezocht en terwijl de kinderen zich vermaakten bij de vangstsimulator, liep hij langs de vele prachtige collecties zalmvliegen, reels en hengels. In één van de vitrines zag hij een 14 ft split-cane zalmhengel liggen. Het was de "Hebridean" van Hardy met die typerende ronde butt uit 1952. "Wat een juweel van een hengel" stamelde hij zachtjes en in gedachte stond hij hiermee in de rivier een wilde zalm te drillen. Zeer verrassend was het dat in de kelder verschillende aquaria stonden met alle stadia van de zalm in levende lijve. De eerste met de fry's, de volgende met de parrs en dan weer met smolts. In een andere wand was een aquarium van wel tien meter breed waar zowel grilsen, kelts als zeer grote zalmen in zaten.
Toen hij het allemaal eens goed bekeek, zag hij dat het hier niet ging om een aquarium maar dat er ruiten waren geplaatst in de betonnen kelderwand. Het museum stond namelijk gedeeltelijk in de rivier de Laerdalselva en de wilde zalmen die hij hier zag waren in de rivier middels een ingenieus systeem gescheiden en zwommen nu voor deze ruiten. Hij werd steeds stiller van al het moois wat hij zag. Ook de afdeling van "the English Salmon Lords" en de binddemonstraties gingen er in als Gods woord in een ouderling. Plotseling herinnerde zijn vrouw hem eraan dat ze hier nu al twee uur rondhingen en dat ze onderhand verder moesten. "Nog even het museumwinkeltje in en dan gaan we" zei hij. Hij keek daar rond en werd prettig verrast door de schoonheid van een litho waarop drie opspringende zalmen staan afgebeeld. Toen hij deze ging afrekenen en nog kort een praatje maakte met de verkoper, vertelde deze hem dat het toegangsbewijs van het museum tevens ook een dagvergunning is voor het vissen op de Laerdalselva nabij het museum.
Hij bedankte de verkoper vriendelijk en liep nu met zijn gezin weer naar de auto en stapte in. Hij had net nog al die mooie zalmen gezien en had nu een dagvergunning in zijn zak. Diverse gedachten schoten door zijn hoofd. Die reis naar IJsland is misschien financieel wel erg zwaar. Zal ik het hier nog één keer proberen? Hij vervolgde zijn weg langs de rivier en waar deze bij een stuk weide gemakkelijk bereikbaar was parkeerde hij zijn auto. Zijn vrouw keek hem verbaasd aan en vroeg waarom hij stopte. Hij legde uit dat hij even een uurtje wilde vissen om deze onverwachte kans toch te benutten. "We zouden vanmiddag winkelen in Oslo" antwoordde zijn vrouw bits. Hij keek haar aan met zijn Bambi-ogen en smeekte of hij nog even mocht vissen. "Ga maar gauw, visjunk" antwoordde ze, maar over een uur vertrek deze auto met of zonder jouw. Het optuigen van zijn hengel en het aantrekken van zijn waadpak lukte in een Olympische recordtijd. Het water was binnen een minuut bereikt.
Terwijl zijn vrouw en kinderen zich op een picknickkleed langs de oever hadden neergevleid, maakte hij al zijn eerste worpen. Weer was hij begonnen met de variant van de Green-highlander, op de een of andere manier had hij veel vertrouwen in deze vlieg. Na een half uurtje vissen zag hij een fraaie zalm door de oppervlakte head-tailen. Nog geen tien minuten laten sprong op nagenoeg dezelfde plek weer een zalm. De tijd begon te dringen en als hij nu één wens mocht doen was het wel dat hij hier de hele dag kon blijven vissen. Hij had nog ruim een kwartier en hoopte op een wondertje. Naar de plek waar hij al twee keer zalm had gezien werden nu alle worpen ingezet. Ruim tien meter ervoor plaatste hij zijn vlieg en liet deze dan met de stroming mee naar de bewuste plek afdriften, soms met wat kleine rukjes aan de hengel om de vlieg wat agressie uit te laten lokken. In zijn ooghoeken zag hij zijn vrouw het picknickkleed al opruimen en realiseerde dat het nu echt voorbij zou zijn. Nog een paar worpen dacht hij toen hij zijn lijn in volle lengte in de rivier liet landen.
Na een paar meter door stroom te zijn meegenomen, kwam er een enorme kolk in het water, waarna onmiddellijk de lijn strak liep. Het duurde een fractie van een seconde eer hij besefte dat dit een serieuze aanbeet van een zalm moest zijn. Hij hief nu onmiddellijk zijn hengel en over de rivier klonk een oerkreet door het dal: "HANGEN". Zijn vrouw keek verbaasd om en zijn kinderen kwamen al enthousiast aangerend. Dit gedeelte had hij al eerder meegemaakt, hij wist dus als geen ander dat tussen hangen en vangen een levensgroot verschil zit. Alle zeilen moesten worden bijgezet om deze dril goed te laten verlopen. In de beginfase liet hij haar de lijn nemen die ze nodig had, maar na een minuut of wat werd de lijn weer metertje voor metertje teruggedraaid op de reel. Hij voelde dat de dril wel goed zou komen maar nu zochten zijn ogen naar een geschikte plaats om haar te beachen.
Het landen van een zalm met een net had hij, sinds zijn verspeelde zalm in Schotland, afgezworen. Waar zijn kinderen zojuist nog in de rivier hadden staan pootjebaden was een prima plek. Het was er mooi vlak en er lag wat zand. Intussen raakte de zalm al wat vermoeid en kwam nu voor het eerst boven water. Ze was werkelijk schitterend en het leek wel of ze paarsachtige flanken had. Hij schatte haar tussen de 75 en 80 cm en wilde nu wel heel graag met haar op de foto. Ondertussen was hij het water uitgelopen en een meter of zes de weide ingelopen. De zalm lag nu met haar laatste krachten het water tot schuim te slaan en zou weldra capituleren. "Wat is ze mooi" zei hij hardop toen hij haar de lage kant op trok. Ze lag nu helemaal stil op de rand van de waterlijn. Hij legde zijn hengel op de grond en liep naar haar toe om haar bij de staartwortel op te tillen.
Juist op dat moment wipte de zalm nog één keer omhoog waarbij de lijn spanningsloos werd en de Green-highlander uit haar mondhoek viel. Hij dook naar voren om haar alsnog te pakken maar de zalm voelde dat dit haar kans was en spartelde wild om zich heen. Hij voelde haar nog wel maar ze glipte tussen zijn vingers weer terug de rivier in. Weer klonk er een (niet nader omschreven) oerkreet door het dal. Het eerste half uurtje in de auto was hij nog wat stil. Daarna was het over.
Nu wist hij het zeker, zijn besluit stond vast: - volgend jaar vis ik in IJsland -